Een barmhartig God (Jona 4)

Een barmhartig God (Jona 4)
Datum 26 augustus - 1 september

Als de mensen in Ninevé zich omkeren, zou je zeggen dat Jona’s profetie geslaagd is: God zag hun omkeer en strafte hen niet. Prachtig.
Maar Jona is niet blij, integendeel, hij is woedend en verwijt God dat hij lankmoedig, barmhartig en genadig is.
God vraagt: Heb je wel gelijk om zo boos te zijn?
Ja, zegt Jona. Want de schuldigen moeten gestraft worden, zelfs als ze beloven hun leven te beteren. Zo makkelijk kom je er niet mee weg, zouden wij zeggen. Alsof iemand toch boete moet doen, moet voelen dat ie fout zat.
Jona verlaat de stad om ten oosten ervan op een berg te gaan zitten kijken wat er zal gebeuren, want de 40 dagen zijn nog niet om. Hoopt hij dat de stad toch verwoest zal worden?
God laat in één nacht een boom groeien die hem schaduw geeft.
Maar de volgende morgen is de boom verdord, Jona zit in de brandende zon en weer is hij woedend.
God zegt: Heb je wel gelijk om zo boos te zijn over de boom?
Jona antwoordt: Ik heb gelijk om tot de dood toe boos te zijn!

Jona is zo bezig met zichzelf en zijn eigen emoties, dat hij geen oog heeft voor het belang van anderen … het is ook niet altijd makkelijk om verder te kijken dan je eigenbelang.
God zegt: Jij wilde de boom sparen, waar je zelf geen enkele moeite voor hebt gedaan. Je hebt hem niet geplant, geen water gegeven, niets. Zou ik dan een stad niet sparen met mijn eigen schepselen, mensen en dieren erin?

Zo eindigt het bijbel verhaal met een open einde, geen idee of dit Jona overtuigt.
Overtuigt het ons?
Is het mogelijk om te accepteren dat God barmhartig is – en het zelf ook te zijn?

In een rabbijns commentaar wordt het verhaal wél verder verteld: Jona werpt zich ter aarde en erkent dat de Eeuwige een god van erbarmen en vergeving is.
Dat is toch mooi, dat de rabbijnen er een mooi einde aan vast knopen…

 

Agenda