Tot inkeer gekomen (Jona 2)

Tot inkeer gekomen (Jona 2)
Datum 24 augustus - 31 augustus

Jona wordt tijdens een hevige storm op zee overboord gegooid, nadat hij weigerde te doen wat God vroeg. De bemanning wil eerst zijn leven sparen, ze bidden tot hun eigen goden, en als Jona zegt dat het zijn schuld is, richten ze hun gebed nota bene tot de God van Jona! Dan blijkt dat ze Jona moeten opofferen, en inderdaad: de storm bedaart nadat hij overboord is gejonast.
Jona wordt opgeslokt door een grote vis, waarin hij drie dagen in quarantaine leeft. Zoals we ons nu misschien beter dan ooit kunnen voorstellen, brengt hem dat tot inkeer, hij snapt dat God er mee te maken heeft en in zijn wanhoop begint hij te bidden. Hij erkent dat dit zijn eigen schuld is: “Gij hebt mij in de diepte geworpen, al uw brandingen en uw golven gingen over mij heen. Verstoten ben ik uit uw ogen. Zal ik ooit nog uw heilige tempel aanschouwen?”

Opmerkelijk genoeg zegt Jona niets over de opdracht die hij kreeg van God: om naar de heidense stad Ninevé te gaan om de bewoners te waarschuwen. Nee, hij bidt voor zichzelf, hij hoopt dat hij uit deze ellende mag komen om dan terug te kunnen gaan naar zijn eigen volk en de tempel in Jeruzalem. Hij prijst God: “U trekt mij levend uit de dood omhoog, Eeuwige, mijn God!” en geeft nog een sneer naar andere volken: “Zij die armzalige ​afgoden​ vereren, verlaten u, trouwe God.”
Doet hij zich niet een beetje vromer voor dan hij is? Is hij vergeten dat de scheepsbemanning hem wilde sparen en hun gebed tot de God van Jona richtten?

Het geeft een dubbel gevoel: aan de ene kant de inkeer van Jona, zich realiserend wat zijn eigen aandeel is in de ellende, en aan de andere kant zich afzetten tegen anderen.
De neiging om ons terug te trekken op eigen erf als het moeilijk wordt, herken ik. Het blijft de kunst om ook vanuit de eigen beleving en belangen, de blik naar buiten gericht te houden en te onderzoeken hoe we er samen uit kunnen komen.

Ook Jona heeft nog heel wat te leren, hoofdstuk 2 eindigt zo: Toen, op bevel van de Eeuwige, spuwde de vis ​Jona​ uit op het land.

Want God is nog niet klaar met Jona …

(Illustratie: van Piet Klaasse uit de kinderbijbel van Joanne Klink)

Agenda