Waar is God? (blog 29 mrt)

Waar is God? (blog 29 mrt)
Datum 28 augustus - 31 augustus
Tijd 10:30 - 01:00 uur

In donkere tijden komt de vraag op: waar is God? Bestaat hij eigenlijk wel, als je ziet wat er in de wereld gebeurt, kan je dat toch niet geloven? Zoals nu, een virus dat om zich heen grijpt, de ervaring dat we het helemaal niet in de hand hebben, de angst die het op kan roepen …. en waar is God? Het klassieke beeld van een God die actief in kan grijpen, past daar niet bij.
Ook de rabbijnen worstelen van oudsher met deze vragen, ik vond twee verhaaltjes bij de ontmoeting van Mozes met God, toen hij sprak vanuit een brandende braambos. Kunnen deze verhaaltjes ons bemoedigen?

Geen plaats zonder God
Iemand vroeg aan rabbi Joshua: “Waarom koos God een doornstruik uit om daaruit met Mozes te spreken?”
De rabbi antwoordde: “Als hij een johannesbroodboom of een moerbeiboom had uitgekozen, zou je zelfde vraag hebben gesteld! Maar er is een antwoord: God heeft de armzalige en kleine doornstruik uitgekozen, om jou te leren dat er op aarde geen plaats is waar God niet aanwezig is. Zelfs niet eens een doornstruik”.

De lijdende God
De Heilige, gezegend zij hij, sprak tot Mozes: “Voel je dan niet, dat ik pijn lijd, evenals Israël pijn lijdt? Dat is op te maken uit de plaats, vanwaar ik met je spreek – nu uit de dorens – ik deel, om zo te zeggen, Israëls leed.” Daarom staat er ook (Jesaja 63): “In al hun benauwdheid was ook God benauwd”.

 Er is geen plaats zonder God … in hun benauwdheid is God ook. Nu zoveel mensen letterlijk benauwd zijn, krijgt deze tekst een andere lading. Misschien kunnen zij ervaren dat God bij hen is, ook in afzondering en stilte – ik wens dat iedereen van harte toe.
In het bijbelboek I Koningen (hfd 19) wordt verteld dat Elia God ervaart, juist op een moment dat hij ten einde raad is. Niet in een storm of vuur, maar in de stilte: laat dat een troost voor ons zijn.   In het gedicht “Elia, een lied” brengt Willem Barnard dat onder woorden:

 Elia, een lied
Gij gaat voorbij. Een grote ademtocht,
alles wat vastomlijnd leek staat te beven –
in de emotie heb ik U gezocht,
Gij waart er niet. Niets dan mijn eigen leven.

En de ontreddering ging voor U uit,
het vuur als Uw heraut vooruit gezonden –
ik bleef alleen in mijn eenzelvigheid,
tot niemand onzer komt Gij onomwonden.

En dan, als niets meer spreekt, alles blijft stom,
achter een sluier soms, uit een stil midden
is er een stem. Gij spreekt, maar andersom:
als ik niet hoor, als ik niets weet te bidden.

Foto: Douwe van der Sluis, gemaakt in Israël 

Agenda